Download PDF

Contactpersoon gezond en ethisch sporten

Deze tekst omvat advies en informatie over het aanduiden van een contactpersoon die toeziet op een gezond en ethisch sportklimaat in een (risico)vechtsportclub. Een alternatieve benaming voor contactpersoon is ‘aanspreekpersoon integriteit’ (API).

1. Opvolging van het sportklimaat door contactpersoon

Gezond en ethisch sporten gebeurt niet van zelf. Een sportclub moet voortdurend streven naar een gepast sportklimaat en hier elke dag naartoe werken. Een gedragscode is hierbij cruciaal, maar de code in praktijk brengen, is nog belangrijker. Om deze opvolging te garanderen, kan men best een contactpersoon aanduiden binnen de club.

Bij deze persoon kan iedereen terecht met vragen of klachten over gedragingen en situaties die in strijd zijn met de gedragscode of die gewoon slecht aanvoelen. Voor risicovechtsportclubs kan dit concreet gaan over alle zaken die opgenomen werden in de gedragscode. Toch kan een sporter of ouder ook problemen hebben met iets anders. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan een geval van seksueel grensoverschrijdend gedrag of aan de moeilijke combinatie van de sport met schoolwerk. De onderwerpen waarmee de contactpersoon te maken krijgt, zijn niet allemaal te voorspellen. De contactpersoon kent dus niet op alles een antwoord. Hij moet vooral weten welke instantie of persoon wél kan helpen.

Onderstaande tekst schetst kort het profiel en somt de belangrijkste taken van een contactpersoon in risicovechtsportclubs op. Enkele voorbeelden verduidelijken hoe de aanpak bij bepaalde meldingen kan verlopen.

2. Het profiel van de contactpersoon

Een contactpersoon moet toegankelijk zijn voor iedereen. Zowel jonge sporters, ouders, trainers, begeleiders, … moeten terecht kunnen bij deze persoon. Hij of zij moet gerespecteerd worden omwille van eigenschappen als inlevingsvermogen, onkreukbaarheid, onafhankelijkheid, … Deze eigenschappen zijn niet noodzakelijk verbonden met de mate van sportspecifieke technische kennis of het sportspecifieke niveau (graad, gordel, aantal behaalde titels, …) dat deze persoon heeft. De contactpersoon is wel vertrouwd met risicovechtsport en is zich bewust van de verantwoordelijkheid die elke betrokkene hierbij heeft. Hij kent de vooropgestelde gedragscode en het sportklimaat in de club. Hij kan goed luisteren en discreet handelen. Bij nieuwe meldingen kan hij het probleem zeer goed situeren, bespreekt hij de kwestie intern en/of verwijst hij indien nodig door naar of wint advies in bij gespecialiseerde instanties.

3. Belangrijkste taken contactpersoon

Aanspreekpunt

Een contactpersoon luistert naar het verhaal of de vraag van de melder, vormt zich een beeld van de situatie en geeft vervolgens informatie en advies of verwijst door. Iedereen in de vechtsportclub moet weten wie de contactpersoon is, hoe ze hem kunnen bereiken (bv. steeds na de training, per telefoon, per mail, …) en met welke vragen of boodschappen ze bij deze persoon kunnen aankloppen. In een risicovechtsportclub gaat dit dan hoofdzakelijk over de specifieke verantwoordelijkheid die elke betrokkene moet opnemen om een gezond sportklimaat te garanderen. De standaardgedragscode van het RVSP verduidelijkt wat dit betekent voor elke betrokkene. Een risicovechtsportclub kan deze standaardgedragscode gebruiken als voorbeeld om een eigen gedragscode op te stellen die specifiek gericht is op de aandachtspunten en de werking in de eigen club. De contactpersoon kan hierin een belangrijke rol spelen.

In de vechtsportzaal is de hoofdtrainer het eerste aanpreekpunt voor wat er tijdens de training gebeurt. De hoofdtrainer heeft meestal veel aanzien en hij heeft een belangrijke verantwoordelijkheid, maar hij kan ook niet alles overschouwen. Vaak wordt er per twee of in groepjes gewerkt of (jonge) sporters durven bepaalde zaken gewoonweg niet te melden uit angst of respect voor de trainer.

De trainer geeft ook vaak meerdere trainingen per avond waardoor hij onmogelijk kan zien wat er bv. allemaal in de kleedkamer gebeurt. De contactpersoon in de risicovechtsportclub moet dan ook bereikbaar zijn voor iedereen en voor elke situatie. Vragen of bemerkingen over de trainers of de aanpak van de trainingen moeten gemeld kunnen worden aan de contactpersoon, maar ook de trainers zelf moeten bij de contactpersoon terecht kunnen.

Voorbeeld 1: agressief gedrag van een sporter tijdens de training en/of in de kleedkamer
Stel dat een jongen zich heel moeilijk kan beheersen en veel te snel veel te hard slaat bij verschillende oefen- en spelvormen. Ook in de kleedkamer verliest hij op regelmatige basis zijn zelfbeheersing.
Tijdens de training zal de trainer een belangrijke rol spelen en hier gepast op reageren. Een goede en bewuste trainer weet dit meestal wel in goede banen te leiden. Tenzij dit echter herhaaldelijk voorkomt en de tussenkomsten van de trainer niet tot verbetering leiden. In dit laatste geval moet gespecialiseerde hulp gezocht worden. De trainer kan dan samen met de contactpersoon bekijken welke stappen ondernomen moeten worden.
Agressief gedrag in de kleedkamer wordt niet altijd opgemerkt door de trainer. Medesporters of ouders kunnen dit melden bij de contactpersoon. Hij zal zich een beeld van de situatie vormen, het gedrag intern bespreken en vervolgens zal men bepalen welke verdere acties hieromtrent genomen moeten worden. Deze acties kunnen zowel intern zijn (door bv. een gesprek tussen de trainer en de sporter) of er kan geopteerd worden om extern advies in te winnen en/of hulp te zoeken.

Voorbeeld 2: een besmettelijke huidinfectie wordt te laat gedetecteerd door de sporter/ouder
Stel dat een kind een schimmelinfectie oploopt en al enkele trainingen heeft meegetraind zonder te beseffen dat dit een infectie is en dat dit zeer besmettelijk is (zeker bij contactsporten). Ouders of sporters zijn vaak verlegen om dit rechtstreeks kenbaar te maken aangezien men vermoedelijk al heel wat andere kinderen of sporters heeft besmet.
Aangezien dit erg persoonlijke informatie is, kan het kind of de ouder een melding doen bij de contactpersoon die deze situatie vervolgens intern kan bespreken en kan aanpakken in de club.

Coördinatie en doorverwijzing

De contactpersoon neemt elke vraag of melding serieus en zorgt dat eventuele interne procedures gevolgd worden. De contactpersoon zal zich een beeld vormen van de situatie, maar bij vermoedens of aanwijzingen van ernstige feiten of grensoverschrijdend gedrag (bv. schending van de lichamelijke en seksuele integriteit, zwaar pestgedrag, herhaaldelijk en ernstig agressief gedrag, …) is het niet de taak van de contactpersoon om zelf hulp te verlenen of op onderzoek uit te gaan. Voor professionele ondersteuning, hulpverlening of melding verwijst de contactpersoon door naar deskundigen.

Voorbeeld 1: agressief gedrag van een sporter tijdens de training en/of in de kleedkamer
De contactpersoon vormt zich een beeld van de situatie, hij zal het agressieve gedrag intern bespreken en vervolgens zal men bepalen welke verdere acties hieromtrent genomen worden. Het agressieve gedrag van de sporter kan leiden tot interne acties (door bv. een gesprek tussen de trainer en de sporter) of, indien het gedrag zich blijft herhalen, kan er geopteerd worden om extern advies in te winnen en/of hulp te zoeken.

Voorbeeld 2: een besmettelijke huidinfectie wordt te laat gedetecteerd door de sporter/ouder
De contactpersoon zal intern met de coach en eventueel andere betrokkenen bekijken hoe de sporters discreet gewaarschuwd kunnen worden voor eventuele besmetting. Indien nodig wordt een arts geraadpleegd of worden bepaalde sporters met mogelijke verschijnselen rechtstreeks doorgestuurd naar de arts.

Preventie en ondersteuning

De persoon die de aanspreekfunctie op zich neemt, moet een bepaald mandaat krijgen van zijn club waardoor hij het sportklimaat ook daadwerkelijk actief kan bewaken en opvolgen. Zijn mandaat is ook duidelijk bekend voor alle betrokkenen. De functie kan bv. vermeld worden bij aansluiting in de club of elk instapgesprek kan zoveel mogelijk gevoerd worden door of in aanwezigheid van de contactpersoon. Tijdens dit eerste gesprek zal de gedragscode immers ook kort aan bod moeten komen.

Deze duidelijkheid en verantwoordelijkheid laten hem toe bepaalde initiatieven te nemen bij het toewerken naar en bewaken van een gezond sportklimaat. Dat kan door bv. de gedragscode aan te passen waar nodig, de gedragscode te vertalen naar verschillende doelgroepen in de club (volwassenen, jeugd, kinderen, ouders, …), bepaalde maatregelen te stimuleren of bepaalde concrete acties op te zetten of voor te stellen.

Voorbeeld 1: agressief gedrag van een sporter tijdens de training en/of in de kleedkamer
De contactpersoon kan voorstellen om enkele gedragsregels om te zetten in cartoons die ook zeer duidelijk zijn naar jongeren toe. Het leren inschatten van de impact van een slag of stoot en hoe dit moet gebeuren op training kan hier een belangrijke plaats innemen. Dit kan ook ondersteunend werken voor de trainers.

Voorbeeld 2: een besmettelijke huidinfectie wordt te laat gedetecteerd door de sporter/ouder
De contactpersoon kan voorstellen om te bekijken om op tijdelijke of op continue basis meer werk te maken van de hygiëne in de trainingszaal. De trainingszaal of -mat kan op korte termijn extra ontsmet worden. De contactpersoon kan eventueel (tijdens de jaarlijks clubsportdag) een workshop organiseren of hij kan een infobrief opstellen waarbij de aandacht gericht wordt op het tijdig detecteren van mogelijke infecties die in contactsporten kunnen voorkomen. Het belang van een goede hygiëne kan ook op regelmatige basis benadrukt worden. 

4. Meer informatie

Weet je als risicovechtsportclub of contactpersoon in de club een bepaalde situatie niet goed in te schatten of weet je niet meteen waar je terecht kan met je vragen? Neem dan contact op met projectcoördinator Els Dom (els@vlaamsesportfederatie.be, 0495 10 06 84).

De GES-contactpersoon of API is een persoon die aangesproken kan worden over een breed gamma van medische en ethische aspecten. Bekijk ook deze link:

Heb je specifieke vragen over het topic lichamelijke en seksuele integriteit, bekijk dan zeker deze link over sport met grenzen.

Laatste bijwerking: november 2015.